Een bloem die me altijd al boeide, of misschien moet ik zeggen: imponeerde: de Amaryllis. We hebben deze al jaren. Ze bloeien met grote overtuiging. Als de bloemen uitgebloeid zijn blijven ze nog een paar maanden in het raam groen staan wezen. Daarna gaan de bollen voor een paar maanden de meterkast in, geheel droog en geheel donker. Daar sterft het blad af. Maar na weer een paar maanden komen ze weer uit de (meter)kast en krijgen ze een volgende kans: zal ie dit jaar weer bloeien? Meestal wel. Wat is zo’n bol dan een mooie manier om de energie van het ene jaar te bewaren voor het volgende.

Als de bloem bloeit is het een heel grote bloem, maar met kleine details. Niet alleen de stamper en meeldraden, maar ook het bloemblad zelf lijkt wel iriserend. Zie de foto’s voor passende verwondering.

In de bloem gebeurt iets moois: stuifmeelkorrels die zijn opgeslagen in doosjes binnen in de meeldraden (het ‘mannelijk deel’) komen op de stamper (het ‘vrouwelijk deel’). Daar komen ze binnen en delen celmateriaal met het zaadbeginsel en zo onstaat er een volledig zaadje, geschikt om de soort mee in stand te handen. En dan te bedenken dat het in microscopisch kleine bloemen op dezelfde manier gebeurt!

Dat maken onze Amaryllissen overigens niet mee, want de bloem wordt zonder medelijden afgeknipt als deze uitgebloeid is. Om energie te sparen voor het bloeien in het komende jaar. Wel komen groeien er ook regelmatig nieuwe bolletjes aan de grote bol, die op zich weer een nieuwe bol worden. Ook een manier van voortplanten, of eigenlijk: klonen. Het genetisch materiaal is immers identiek. Vermeerderen is dus een beter woord.

Het gaat overigens ook wel een mis: het is druk en dan wordt vergeten de bol uit meterkast te halen. En wat blijkt dan? Na een paar maanden komt de bloem toch uit. Spierwit. Niet om aan te zien, maar wel fascinerend. Eenmaal uit het donker bevrijd wordt alles toch weer heel snel groen. Over bladgroen een andere keer meer verwondering.

En soms gaat een bol ook dood, en bloeit dan eerst nog een keer uitbundig, tot wel drie of vier stengels aan één bol, met soms wel zes bloemen per stengel.

Het lijkt misschien een obligate bloem/bol. Maar goed beschouwd wordt het steeds meer een wonder.

Deze diashow vereist JavaScript.